De kluizenaar van Wellerlooi (4)

door Gerrit van der Vorst


Hoe kijkt dorpspastoor Jos Parren eigenlijk aan tegen het kluizenaarsbestaan van Theophil Wagner? Niet bekend is of de pastoor het gebruik van een privé-kapelletje, in plaats van reguliere kerkgang, goedkeurt.

Foto 1

Pastoor Jos Parren was bijna vijfentwintig jaar, van 1921 tot 1945, de zielenherder van Wellerlooi (met dank aan Jan Heyligers, Archief De Loi).

Het weekblad Panorama doet dat in elk geval wel. Het blad schrijft begin november 1936 dat Wagner religieus ‘in het goede gareel’ is gebleven. In zijn privékapelletje staan een Ecce Homo (een prent van Jezus met een doornenkroon) en een beeldje van Jezus’ Heilig Hart. De kluizenaar staat voor het goed rooms-katholieke familieblad boven elke verdenking. Sterker nog, zijn levenswijze in een ontsporende wereld wordt in stichtelijke bewoordingen geprezen. De reportage besluit met: Hij kan velen tot voorbeeld dienen, voor wie het goed zou zijn, dat ze eens tot zichzelf inkeerden, met al hun critiek, lawaai en oppervlakkigheid.

 

Het artikel in Panorama van 5 november 1936 (Archief De Loi).

Niet dat velen Wagner’s voorbeeld zoeken, maar toch is het – vooral op zondag – bij de kluizenaar een komen en gaan van belangstellenden. Veel bezoekers laten zich met hem fotograferen. Er wordt gedacht dat Theophil Wagner de grote toeloop wel kan waarderen. Grad Nillessen komt ook regelmatig bij de ‘grieze’ en volgens hem zit de man helemaal niet te wachten op al die drukte. Achter zijn kapelletje zou hij zelfs een vluchtroute hebben gegraven, voor als er ongewenst bezoek komt. Maar omgekeerd gaat Wagner zelf op zijn dagelijkse wandeltochten, immer met zijn huifkar, ook veel langs bij mensen in en rond Arcen, Twisteden (net over de grens bij Wellerlooi) en natuurlijk Well en Wellerlooi.

Van rechts naar links Truus Derks uit Well, haar vriend Piet op het Veldt, haar vader Handrie Derks, Theophil Wagner, Cor van Beurden, neef van Handrie, en zijn echtgenote. Datering 1937 of 1938. (Archief Well. Ook in bijvoorbeeld Arcen bevinden zich foto’s van vroegere inwoners met de kluizenaar. Gemaakt door een vaste fotograaf?)

Bezoek uit de Bosserheide bij Well (Archief Well). Van links naar rechts Màn Hebben, Toke van Soest, Dien Hebben-van Soest met zoontje Ai, Theophil Wagner, Joep en Mien van Soest. Omstreeks 1937.

Zo raakt er en passant ook iets meer bekend over de man. Bijvoorbeeld dat hij op gezette tijden naar zijn huurkamer in Duisburg-Hamborn gaat, om zijn mijnwerkerspensioen op te halen. Dan stalt hij zijn slaapkar bij de familie Claes, die aan de Rijksweg Zuid 41 woont, een paar honderd meter verderop. Waarschijnlijk beducht voor diefstal geeft hij daar dan ook zijn sleutels en geldbuideltje in bewaring, Dochtertje Mia Claes (1928) loopt met haar grootvader en haar nichtje wel eens naar de ‘grieze kèl’. Dat bezoekers hun handtekening op een muur mogen zetten, vindt ze heel apart. Wie doet nou zoiets? Zijn bijzondere verschijning schrikt haar niet af. Niemand is bang voor hem. Ook Catharina Thijssen (1928) niet.

In het bijschrift van deze foto staat dat Wagner bezoek heeft van familie. Maar bedoeld wordt waarschijnlijk een bezoek van een Duits gezin dat in de buurtschap ’t Leuken ten noordwesten van Well woont? Hij gaat daar zelf regelmatig langs. (Archief De Loi.)

Regelmatig loopt Theophil Wagner in Wellerlooi langs bij Catharina’s oom en Duitse tante, het echtpaar Thijssen-Gördes aan de Rijksweg, en bij haar thuis. Haar ouderlijk gezin wandelt ’s zondags vaak op De Hamert en dan wordt steevast de kluizenaar bezocht. Zijn verschijning – groot, statig en met die lange haren en baard – maakt een diepe indruk op Catharina. Moeder Maria Thijssen-Siten (1899) is al rond 1912, als dertienjarig (!) meisje, vertrokken uit Lubaczów in Galicië, op zoek naar werk. Als ze de kluizenaar uit het eveneens verre Silezië leert kennen, raakt ze gesteld op hem. Zelf komt hij dan ook vaker een praatje maken op het erf van de familie Thijssen-Siten. Catharina merkt dat de ‘grieze oeëme’ zeer godvruchtig is, en niet alleen omdat hij vaak bidt. Bijvoorbeeld ook omdat hij ontdaan raakt als hij haar moeder achteloos een vlieg dood ziet meppen: O Frau Thijssen! O Frau Thijssen! Dat had ze niet moeten doen. Een vlieg is een schepsel van God en de mens heeft niet het recht om zo’n diertje zo maar te doden. De niet minder godvruchtige moeder van Catharina schrikt en kleurt.

 

Lubaczów lag in vroeger tijden in Oostenrijks gebied, en ligt anno 2017 in Polen, bij de grens met Oekraïne. De afstand van dit stadje tot Wellerlooi bedraagt via de tegenwoordige autoroutes 1.411 kilometer (Google).

Theophil Wagner heeft verklaard uit Breslau te komen. Deze voorheen Duitse stad heet tegenwoordig Wroclaw en ligt eveneens in Polen. De afstand tot Wellerlooi bedraagt langs de autoroutes 902,5 kilometer (Google).

Theophil Wagner heeft verder contacten met boeren en bij kloosters aan beide kanten van de grens, als hij daar met zijn kar eten gaat halen. De schemmele groond van de Looierheide kan namelijk niet in al zijn levensbehoeften voorzien, dat weet men in Wellerlooi maar al te goed: Aan het telen van groente op dat stuk hei heb je echt niet genoeg. Wagner koopt voedsel, zoals melk bij de familie Fleuren aan de Looierweg in Wellerlooi, maar krijgt ook veel aangereikt. Bijvoorbeeld door de ouders van Piet Valckx (1922) die met Wagner in contact komen, als die hun erf op komt met een zakje kruiden. Moeder Valckx zal genezen van haar galstenen, als ze thee van die kruiden drinkt. Of de kruidenthee echt helpt, ontgaat Piet, maar hij hoort dat anderen de kluizenaar om medisch advies vragen. Ook het gezin Valckx brengt voortaan op zondagen visite aan de kluizenaar en neemt dan wat voor hem mee.

Maria Thijssen-Siten laat Wagner geregeld een pannetje met wat warms of een paar boterhammen brengen. Soms door haar dochtertje Catharina, want men kan een kind nog gewoon De Hamert opsturen, door het bos, naar het domein van Wagner. Catharina gaat vaak zo maar eens een kijkje nemen bij de oude man en zijn prachtige bloementuin.

Uit de Panorama van 5 november 1936 (Archief De Loi): Theophil Wagner en zijn bloemen.

Wagner noemt zichzelf trouwens een kindervriend, en zo ziet Catharina hem ook, al kan ze zijn Duits niet echt goed verstaan. Ze krijgt een glaasje aanlenglimonade en twee katjesdropjes: Und jetzt musst du wieder nach Hause, nach Mutti.

Ook de dorpsjeugd wordt vriendelijk onthaald door de kluizenaar. Op deze foto uit de Panorama van 5 november 1936 (Archief De Loi) staat Theophil Wagner met Jan Derks en een vriendje.

Maar eind maart 1938 komen bezoekers van Theophil Wagner voor een dichte deur te staan. En die deur zal dicht blijven. De kluizenaar is verdwenen!

Wordt vervolgd.

Deze blog is gebaseerd op mededelingen van Mia Hebben-Claes, Catharina Sanders-Thijssen, Grad Nillesen (1905-1972), Piet Valckx (1922-2014) en anderen, vooral in De Limburger, in Het glazen album van Limburg – foto’s uit de jaren ’30 (Sef Derkx, 2011) en tegenover de auteur

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s