De kluizenaar van Wellerlooi (8)

door Gerrit van der Vorst


Na zijn vertrek eind maart 1938 vertelden de mensen dat de kluizenaar de laatste weken zo raar had gedaan. Het kwam er op neer, dat hij een beetje malende was en dat hij dan niet goed meer wist wat hij deed. Maar waar bleek dat zoal uit? Dat kunnen we opmaken uit een gedicht van ‘Le champêtre’ (de politie-agent?). Achter dit pseudoniem ging Bèr Huibers uit Arcen schuil. Afgaande op Huibers’ vrijmoedige gedicht liet de kluizenaar zich bijvoorbeeld bij ieder kruisbeeld op de grond vallen, en lag hij vervolgens schreeuwend te spartelen met zijn armen en benen.

 

Gedicht van Bèr Huibers alias ‘Le champêtre’ (met dank aan Jan Heyligers). Huibers overleed twee jaar geleden.

Catharina Thijssen (1928) uit Wellerlooi gaat in 1938 een kijkje nemen op het verlaten domein van de ‘grieze oeëme’. In zijn slaapkar vindt ze een grote verzameling prachtige ansichtkaarten. Catharina neemt ze mee naar huis en spreidt ze uit over haar bed. Als haar vader dat ziet, wordt hij kwaad. De ansichtkaarten gaan in een jute zak terug naar waar ze thuis horen: in de kar die daar op zijn eigenaar staat te wachten.

Catharina is niet de enige die gaat kijken. In september 1940 brengt ook de journalist van De Limburger nog eens een bezoek aan de plek. Uit de foto’s bij zijn artikel van 12 september blijkt wie de journalist is, die Theophil Wagner al die jaren intensief heeft gevolgd. Dat is de in Venlo woonachtige Peter Builtjes.

Journalist Peter Builtjes (1899-1963) maakt onder meer deel uit van de beheerraad van het Sportfondsenbad in Venlo. Op deze foto uit 1935 staat hij derde van links (www.roermondsepoort.nl). Ook heeft Builtjes in 1931 deel uitgemaakt van een werkcomité dat onder leiding van burgemeester Berger, de viering van het 125-jarig jubileum van het 2e regiment infanterie in Venlo voorbereidde. In de loop van 1942 zal Builtjes zijn perskaart tijdens de bezetting moeten inleveren.

Builtjes maakt duidelijk dat Theophil Wagner na zijn terugkeer in de zomer van 1938 meteen weer vertrokken is, om nooit meer terug te keren. Dat werd en wordt bestreden door streekbewoners. Volgens hen zou Wagner ook daarna weer teruggekomen zijn en pas in 1940 definitief vertrokken zijn. Sommigen beweren dat hij kort voor de Duitse inval vertrokken is, omdat hij bang zou zijn voor zijn oorlogszuchtige landgenoten. Volgens anderen juist kort na 10 mei 1940, mogelijk omdat de Duitsers op de Hamert een militair oefenterrein hebben ingericht. De een weet dat hij nog gezien is in de tram Nijmegen-Venlo van de Maasbuurtspoorweg, de ander heeft gehoord dat hij te voet vertrok met een rugzak en een kruis en weer een ander meent te weten dat hij door de Duitsers naar Venlo gebracht is. Bij het kadaster noteert men bij het perceel waarvan hij het vruchtgebruik gehouden heeft: +/- 1940 vertrokken naar buitenland met onbekende bestemming.

 

De aantekening in de kadastrale legger over de verdwijning van Theophil Wagner (met dank aan Michel Stevens van het archief Well).

Het valt niet te controleren, want Theophil Wagner staat niet geregistreerd in de bevolkingsadministratie. Prevaleert de nogal mistige overlevering in Wellerlooi en omstreken, of zullen we – mijn voorkeur – ons maar verlaten op journalist Peter Builtjes die zijn bevindingen zo nauwkeurig lijkt te hebben vastgelegd? Tegen het vertrek van Theophil Wagner wordt overigens door de streekbewoners weer net zo wantrouwig aangekeken als tegen zijn komst. Meteen komen de geruchten weer op gang. Hij is vaak aan de Maas gesignaleerd, waar aan de overkant bunkers met schietgaten zijn aangelegd (kazematten). Bracht hij die verdedigingswerken in kaart? Dan had hij vast gespioneerd voor de Duitsers! Waarom dan toch nog dat wantrouwen bij veel mensen? De aanleg van verdedigingswerken op een steenworp afstand van zijn verblijfplaats zou voor de kluizenaar ook bedreigend hebben kunnen zijn. En was het niet logisch dat hij dat allemaal met argusogen volgde?

 

Een kaart van de Maaslinie bij Wellerlooi, met daarop aangegeven de kazematten die daar in de jaren dertig werden aangelegd (http://oorlogsresteninnoordlimburg.webklik.nl/page/maaslinie-in-noord-limburg).

Een voorbeeld van een kazemat.

De observaties van Wagner zouden in elk geval niets kunnen toevoegen aan de professionele Duitse spionage in de grensstreek. Die spionage houdt verband met de aanwezigheid van de Nederlandsche Instrumenten Compagnie (Nedinsco) in Venlo. Met het Verdrag van Versailles is aan Duitsland de productie van oorlogsmaterieel verboden. Om dat verbod te ontduiken, heeft het land research en productie van geavanceerd optisch (oorlogs)materieel voor bijvoorbeeld duikboten ondergebracht bij Nedinsco. De Koninklijke luchtmacht, ook een afnemer van Nedinsco, test in de jaren dertig camera’s en andere optische instrumenten bij proefvluchten in de grensstreek. Nedinsco-experts houden daar haarscherpe opnamen aan over van verdedigingswerken als Maaskazematten. Die opnamen worden als diplomatieke post van het Duitse vice-consulaat ongehinderd de grens overgesmokkeld. Daarnaast zijn in Venlo en omstreken ervaren Duitse spionnen actief. Spionage door de kluizenaar kan dus gevoegelijk naar het rijk der fabelen worden verwezen.

Het gebouw van de Nederlandsche Instrumenten Compagnie in Venlo, waar in de jaren twintig en dertig in het geheim ook optisch oorlogsmaterieel voor Duitsland geproduceerd wordt.

Catharina Thijssen keert tijdens de bezetting met een paar andere kinderen terug naar het perceel van de kluizenaar. Zoals de Limburger koerier heeft geschreven, is het meeste vervallen en vernield. Als de kinderen in de kelder kijken, waar ooit het kapelletje en de voorraden van de kluizenaar waren, staat daar in het donker van de onderaardse ruimte een vreemde man. De kinderen rennen weg. Als ze een motor horen naderen, verstoppen ze zich. Catharina durft even te kijken en dan ziet ze dat twee Duitse militairen vanaf hun motor poolshoogte nemen.

Op deze geallieerde luchtfoto is het gebied in beeld gebracht. Het perceel van de kluizenaar is omcirkeld. Vlakbij zijn de loopgraven van het militaire oefenterrein als rechte strepen zichtbaar (met dank aan Jan Heyligers).

Na de bevrijding gaan streekbewoners vaker naar de plek van de kluizenaar, individueel of in groepjes. Wagner’s erfgenaam Frans Hendriks verkoopt het perceel in 1954 of 1955 aan het Belgische echtpaar Rubbens-Koopmans. Wat die er mee voor hebben – een vakantiehuisje? – is niet bekend. In elk geval gaat de latere beheerder van het gebied excursies naar de plek van de kluizenaar tegen. Die zouden reeën doen schrikken – er zijn er al enkele doodgereden op de Rijksweg. Dat zou ook Theophil Wagner beslist niet op zijn geweten gehad willen hebben.

Hoewel Theophil Wagner al bijna 80 jaar weg is uit Wellerlooi, heeft zijn aanwezigheid voor altijd sporen achtergelaten in het gebied, zoals aan het omcirkelde gebied op deze latere luchtfoto te zien is (met dank aan Jan Heyligers).

Theophil Wagner zal nooit meer vergeten worden in Arcen, Bergen, Well, Wellerlooi en omstreken. Het verhaal van de kluizenaar wordt van generatie op generatie doorverteld. Een verhaal zonder eind. Hoe het Wagner verder vergaan is, is een prangende vraag gebleven voor veel streekbewoners. Arcenaar Bèr Huibers doet onderzoek en achterhaalt via de aantekeningen in het kadaster schaarse gegevens over Theophil Wagner. Daarmee doet hij in 2010 een oproep via Tros vermist. De oproep levert niets op.

De oproep van Bèr Huibers op de site van Tros Vermist.

Wordt vervolgd

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s