Een paardenbiefstuk voor iedere goal

door Sef Derkx

Het is zondag 4 maart 2018. Zo meteen bindt VVV de strijd aan met PEC Zwolle.  Onze lokale voetbaltrots beleeft een mooi seizoen. De promovendus staat op een mooie elfde plaats in de tussenstand van de Eredivisie. Elf is een getal dat bij Venlo past. Bij het ordenen van mijn VVV-archief, kwam ik uit bij onderstaand interview met Paul Kogeldans  Het verscheen op 4 juli 2010 in mijn rubriek Anno Venlo in het weekblad Zondagsnieuws.


Hun komst naar De Kraal in de zomer van 1957 was groot nieuws. Venlo gonsde van de geruchten. Na Humprey Mijnals bij het Utrechtse Elinkwijk, had VVV (toen overigens nog V.V.V., met puntjes dus!) óók twee zwarte parels uit Suriname gecontracteerd: Ludwig Zorgvliet en Paul Kogeldans (1930). Alleen al voor de namen zou je supporter van de geelzwarten willen zijn. Mijn oudere broer Theo kwam thuis met juichende verhalen over hun snelheid en beweeglijkheid. Het is net of ze van elastiek zijn, was zijn analyse na een oefenwedstrijd tegen Kaldenkerken. Na enig aandringen mocht ik mee naar een van de volgende duels. Theo had geen woord te veel gezegd. Elastiek was de erenaam die Paul Kogeldans tijdens dezee wedstrijd van mij kreeg.

De Waarheid, 29 juni 1957 (gevonden via http://www.delpher.nl)

Amigo di Curacao, 2 augustus 1957 (gevonden via http://www.delpher.nl)

De bijzondere voetbalkwaliteiten van Paul Kogeldans werden al vroeg ontdekt. Wanneer de grote jongens uit de buurt aan het ballen waren, mocht hij als broekie van zes meedoen. Dat was in het Paramaribo van voor de oorlog. Van het voetbal op straat en een naburig plein, ging Paul naar voetbalclub Voorwaarts. Daar ontwikkelde hij zich van junior tot vaste waarde in het eerste elftal. Paul Kogeldans: “Voetbal was erg populair in Paramaribo eind jaren veertig, begin jaren vijftig. Er was één voetbalstadion, kleiner dan De Koel en dat liep geregeld vol. Alle clubs kwamen uit Paramaribo dus een echte uitwedstrijd werd er nooit gespeeld. Vaak kwamen Braziliaanse teams over voor oefenwedstrijden. Ik speelde linksbinnen, tegenwoordig zeggen ze middenveld.”

Paramaribo, jaren ’50 (gevonden via https://nlpinterest.com)

Het is midden jaren vijftig en de Nederlandse profcompetitie staat nog in de kinderschoenen als de eerste Surinaamse voetballers overkomen. Grote man van die allereerste lichting is Humprey Mijnals van Elinkwijk. Mijnals excelleert, is een sensatie op de velden en zal in 1960 als eerste Surinamer debuteren in het Nederlands elftal. In zijn geboorteland worden de ontwikkelingen op de voet gevolgd. Paul Kogeldans: “Een dominee had de contacten tussen Nederland en Suriname gelegd. Mijnals kwam van de voetbalclub Robin Hood, onze concurrent. Iemand betrokken bij Voorwaarts zat dat niet lekker. Hij zocht contact met profclubs in Nederland. In Den Bosch en Venlo had men interesse in Surinaamse voetballers. Op 6 augustus 1957 vertrokken collega Ludwig Zorgvliet en ik naar Nederland. Het was de eerste keer dat ik in een vliegtuig zat. We reisden eerste klas. Het was een enorme belevenis.”

Huwelijksfoto Paul en Eef Kogeldans (met dank aan de familie Kogeldans)

In Paramaribo had Paul Kogeldans afscheid moeten nemen van zijn vrouw Eef en oudste zoon Gerold. Het was een moeilijke beslissing geweest. Maar voetballen in Nederland was een kans uit duizenden en bovendien een hele eer. Nederland werd voorgespiegeld als een aards paradijs. Paul Kogeldans: “Mijn vrouw kon ook niet meteen meekomen, omdat ze in verwachting was van onze dochter Marlea. Ze zijn pas een jaar later naar Venlo gekomen. Maar goed, op 7 augustus 1957 arriveerden Ludwig en ik op Schiphol. We werden verwelkomd door de voorzitter van VVV, de heer Van Daalen en de secretaris de heer Bruining. We reisden door met de auto. Ik had nog nooit van Venlo gehoord. Ook niet van VVV. Tijdens de rit keken we onze ogen uit. We kwamen langs Amsterdam en Utrecht. Zo’n grote steden hadden we nog nooit gezien. Naarmate de tocht vorderde, werd het leger buiten. Alleen maar land. We komen in een dorp terecht, zei ik tegen Zorgvliet. ’s Avonds laat waren we in Venlo. We gingen naar pension Dobbelsteen van de familie Bluming aan de Martinusstraat. Dat had VVV geregeld. Meneer Van Daalen zei: ‘Dit zijn onze voetballers uit Suriname’. Het antwoord van mevrouw Bluming zal ik nooit meer vergeten. ‘Ik zal goed voor mijn baby’s zorgen!’ Dat kwam uit. In onze eerste winter in Nederland had ze lange onderbroek gekocht en een onderhemd met lange mouwen. Ik droeg het. Ludwig Zorgvliet moest lachen toen hij me zo zag. Hij dacht er niet aan om het aan te doen. Mooi dat hij een fikse verkoudheid heeft opgelopen.”

 

Paul Kogeldans (rechts) en Ludwig Zorgvliet in pension Dobbelsteen (foto Boy Coehorst/collectie Sef Derkx) 

Niet lang na de aankomst in Venlo stond een proefwedstrijd op het programma tegen de amateurs van Kaldenkerken. Heel voetbalminnend Venlo en ook vele nieuwsgierige Duitsers kwamen kijken naar de nieuwe aanwinsten uit Suriname. Paul Kogeldans zette met drie goals een kroon op zijn debuut. Iedereen was enthousiast en wilde met de Surinaamse voetbalsterren praten. Paul Kogeldans: “Op zekere dag liepen Ludwig en ik door de Lomstraat. Een slager riep ons naar binnen. Het was een VVV-supporter die vond dat wij meer vlees moesten eten. We werden mee naar achteren genomen, waar hij een flinke biefstuk voor ons bakte. Hij vertelde dat we voor elke goal die we zouden maken, bij hem een biefstuk mochten komen eten. Toen we naar buiten liepen en ons omdraaiden om naar die vriendelijke meneer te zwaaien, zagen we wat er op de gevel stond. Paardenslagerij! Mijn eerste trainer was Willy Kment, een Oostenrijker. Een fijne, gevoelige man die mij uitnodigde bij hem thuis. Zijn dochter zong en tussendoor draaide hij plaatjes over Wenen, zijn geboortestad. Kment werd er geel sentimenteel van.”

Paul Kogeldans: een brief naar huis (foto Boy Coehorst/collectie Sef Derkx)

Kogeldans maakte deel uit van de selectie van VVV, maar stond zelden in de basis. De concurrentie was groot met goede voetballers als Jan Klaassen, Karl-Heinz Spikofski, Jan Schatorjé en Faas Wilkes. De verdiensten waren niet hoog. Voor een training kreeg een speler tien gulden, bij een gelijkspel twintig gulden en als de wedstrijd gewonnen was, betaalde de penningmeester dertig gulden. Een echte vedette als Faas Wilkes verdiende natuurlijk aanzienlijk meer. Paul Kogeldans kreeg werk bij installatiebedrijf Martens, later bij Vic Wolff en na een omscholing uiteindelijk bij Electro Stroeken in Tegelen, In 1958 kwam echtgenote Eef met zoon Gerold en dochter Marlea met de boot in Nederland aan. Het was voor het eerst dat Paul zijn dochter op de arm kon nemen. Vrouw en kinderen trokken bij Paul in pension Dobbelsteen. Nu wonen de tachtigjarige en zijn vrouw al jaren in de Zwanenstraat in Venlo-Zuid. Na zijn carrière bij VVV, ging Kogeldans verder als recreatievoetballer in caféteams en als assistent-trainer bij de amateurs.

Paul Kogeldans bij het Boerebroelofsgezelschap (met dank aan de familie Kogeldans)

Is de Elastiek die ik als kind bewonderde aan de Kraal, inmiddels een Venlonaar geworden? Paul Kogeldans: “Gedeeltelijk wel. Ik heb het altijd naar mijn zin gehad. Ik was de eerste Surinamer ooit bij de Venlose boerebroelof. VVV organiseerde het en ik was palfrenier. Maar als ik eerlijk ben, hou ik nog altijd heel veel van Paramaribo.”

Reageren? Mail Sef Derkx: floddergats@xs4all.nl.

Advertenties

Een gedachte over “Een paardenbiefstuk voor iedere goal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s